(Het lichaam en geest werkboek – Shapiro)

Hoewel er op het gebied van de gezondheidszorg prachtig werk wordt verricht, is er een belangrijk element dat dikwijls als ‘niet ter zake doende’ van tafel wordt geveegd.

Dit is de samenhang tussen de geest en het lichaam van de mens en het feit dat die samenhang wel eens direct van invloed zou kunnen zijn op onze gezondheidstoestand of ons vermogen tot genezing.
Dat deze relatie ook werkelijk bestaat en van grote betekenis is, dringt nog maar heel langzaam tot ons door; werkelijk acceptatie en inzicht in de diepere implicaties hiervan is er nog niet. Verdiepen we ons echter in het uitzonderlijke samenspel tussen de energie van de vele aspecten van onze persoonlijkheid (onze behoeften, onbewuste reacties, onderdrukte emoties, aspiraties en angsten) en het functioneren van ons fysieke stelsel en het instandhoudingsvermogen daarvan, dan komen we al spoedig tot het besef hoe wijs het menselijke lichaam is.
Met z’n uiterst ingewikkelde mechanismen geeft het blijk van een oneindige intelligentie en compassie en verschaft het ons voortdurend mogelijkheden om dieper inzicht te krijgen in onszelf, om een confrontatie aan te gaan met dingen die wij niet willen zien en om blokkades die ons in de weg zitten, te doorbreken. Niet alleen onze bewuste energieën die aan al ons handelen ten grondslag liggen, worden door het lichaam kenbaar gemaakt.

Om deze verbinding tussen lichaam en geest goed te kunnen begrijpen, moeten we ervan doordrongen zijn dat lichaam en geest één zijn.
Gewoonlijk zien we het lichaam als iets wat we (dikwijls tegen wil en dank) met ons meedragen, iets wat gemakkelijk gekwetst wordt, oefening nodig heeft, op tijd eten, drinken en slapen moet en af en toe moet worden nagekeken.

Als er iets mee aan de hand is, dan kan het ons behoorlijk in de weg zitten en dan gaan we ermee naar een dokter met de gedachte dat die het wel zal kunnen repareren (en hoe sneller hoe beter).
Als er iets gebroken is laten we het maken, alsof dit ‘iets’ een levenloos voorwerp is, zonder enige intelligentie. Functioneert het lichaam goed, dan zijn we blij en voelen we ons vitaal en energiek. Zo niet, dan raken we al gauw geïrriteerd, gefrustreerd, terneergeslagen en vol zelfmedelijden.

Helaas is dit een zeer beperkt beeld van het lichaam.
Het ontkent de complexiteit van de energieën, die ons totale wezen vormen, energieën die met elkaar in verbinding staan en onophoudelijk met elkaar communiceren, of het nu gaat om gedachten, gevoelens of fysieke systemen.
Er bestaat geen scheiding tussen wat er in onze geest en wat er in ons lichaam gebeurt; wij bestaan ook niet apart van het lichaam waarin we ons leven leiden.
In het Engels wordt een belangrijk persoon aangeduid met ‘somebody’, terwijl iemand van weinig betekenis een ‘nobody’  is.
Zo heeft iedere taal uitdrukkingen die onze identificatie met het lichaam aangeven. Als je zegt ‘Ik heb mijn arm bezeerd’ dan is dat hetzelfde als te zeggen “Er is pijn in mij die mijn arm tot uitdrukking brengt”.
Wat de pijn in de arm uitdrukt verschilt niet van verbale uitingen van woede of verwarring.

Verschil maken tussen die twee is het negeren van de wezenlijke eenheid van ons totale zijn.
Als we alleen de arm behandelen, dan gaan we voorbij aan de pijnbron die de arm kenbaar wil maken. Als we deze lichaam-geest relatie negeren, dan negeren we ook de gelegenheid die het lichaam biedt naar onze innerlijke pijn te kijken, deze te accepteren en op te lossen.

Deze volledige eenheid van lichaam en geest wordt weerspiegeld door onze gezondheidstoestand.
Elke toestand vormt een middel waarmee lichaam en geest ons een indicatie geven van wat er zich onder de oppervlakte allemaal afspeelt.
Ziekten of ongelukken komen bijvoorbeeld vaak voor in perioden van grote veranderingen, zoals verhuizing, huwelijk of een nieuwe baan.
De innerlijke conflicten op zulke momenten van verandering brengen ons gemakkelijk uit ons evenwicht en veroorzaken onzekerheid en angst.
Daardoor raken wij vatbaar en kwetsbaar voor  bacteriën en virussen. Tegelijkertijd geeft ziek worden ons de gelegenheid tot rust te komen, te wennen aan ons nieuwe spoor en ons aan te passen aan de veranderingen.

Ziekte zegt ons dat we ergens mee moeten ophouden: ziekte geeft ons de ruimte die wij nodig hebben om weer contact te maken met die delen van onszelf die we kwijt waren geraakt.
Ziek zijn kan de dingen ook weer in het juiste perspectief zetten, en ons bijvoorbeeld het belang van onze relaties en onze manier van communiceren laten zien.
Dit is de wijsheid van het lichaam en geest in actie; lichaam en geest die elkaar voortdurend beïnvloeden en met elkaar samenwerken.

Paramahansa Yogananda bracht het als volgt onder woorden:

Er bestaat een ingeschapen verband tussen de geest en het lichaam. Wat in de geest verborgen ligt, krijgt vorm in het fysieke lichaam. Boosheid of bitterheid ten aanzien van anderen, intense hartstocht, langdurige afgunst, verterende angst, of uitbarstingen van woede, dit alles vernietigt de lichaamscellen en leidt tot ziekten van hart, lever, milt, maag, enzovoort. Zorg en spanning hebben nieuwe dodelijke ziekten doen ontstaan, zoals hoge bloeddruk, hartkwalen, zenuwaandoeningen en kanker. Alle ziekten vinden hun oorsprong in de geest. De pijnen die het fysieke lichaam kwellen zijn afgeleide, secundaire pijnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *